Pscycholoog Edwin Otte neemt afscheid na 35 jaar in de forensische zorg. In dit interview blikt hij terug op zijn carrière, deelt hij zijn visie op tbs-behandeling en geeft hij advies aan toekomstige psychologen.

Beeld: © FPC de Oostvaarderskliniek
"Ik sta bij wijze van spreken op de camping nog mensen uit te leggen hoe de tbs werkt."
Hoe ben je in de tbs terechtgekomen?
Tijdens mijn opleiding als klinisch psycholoog begon ik bij de Van der Hoeve kliniek. Zo belandde ik in de forensische zorg en ben er nooit meer weggegaan. Ik werkte bij het voormalige Dr. F.S. Meijers Instituut (het selectie-instituut van de TBS), de Pompekliniek, CTP Veldzicht en als Hoofd Behandelaar bij de Oostvaarderskliniek. Na mijn pensioen gaf ik supervisie aan Hoofd Behandelaren en assistent-HB’s.
Waarom bleef je werken in de forensische zorg?
Eigenlijk om twee redenen.
Tot op de dag van vandaag boeit het mij nog steeds om uit te zoeken hoe we mensen die een ernstig delict pleegden, veilig terug kunnen laten keren in de samenleving. Ik denk graag na over wat psychologie en psychiatrie kunnen bijdragen aan de behandeling.
Ten tweede: ik hou van klinisch werk. Van samenwerken en met sociotherapeuten en andere medewerkers een behandeltraject in elkaar timmeren. Dat geeft mij echt voldoening. In een ambulant team komen mensen naar jou toe en dan werk je meer alleen. Hier zit je in een groot team.
"Gelukkig ben ik nooit cynisch geworden."
Wat heeft 35 jaar forensisch werk met je gedaan?
Het wordt een stuk van je identiteit. Ik sta bij wijze van spreken op de camping nog mensen uit te leggen hoe de tbs werkt. Ik heb wel eens het hele verloftraject uitgelegd aan mensen voor hun tentje, ha! Mensen vragen: "Wat doet u voor werk?" Dan zie ik het als een missie om uitleg te geven over het systeem. Voor veel mensen is het toch een ver-van-mijn-bed-show. Gelukkig ben ik nooit cynisch geworden.
Ik heb, hoe kleinschalig ook, een bijdrage geleverd aan een veiligere samenleving.
Dit werk kun je alleen doen als je compassie hebt. Aan medelijden of excuses zoals een slechte jeugd hebben patiënten niets. Compassie betekent begrijpen waarom iemands leven zo is verlopen en hoe iemand tot een delict is gekomen. Onze patiënten zijn vaak zwaar beschadigd, met beperkte mogelijkheden. We hoeven geen modelburgers van hen te maken. ik zou mezelf ook niet zo willen noemen.
Compassie draag je niet alleen bij je, je draagt het uit. Maar begrenzing hoort er ook bij. We hoeven niet alles te accepteren. Verbale agressie mag niet, ook niet binnen de muren. Dat heb ik geleerd: begrenzing is net zo nodig.
Is je visie op tbs-behandeling veranderd?
Ja, ik vind het heel goed dat we ons nu zo sterk richten op de delict risico’s (risico taxatie). Dat staat centraal in alles wat we doen: hoe we over patiënten schrijven, hoe we behandelen. Hoe concreter we met elkaar nadenken over het risico, hoe beter we de behandeling kunnen vormgeven. Elke dag afvragen we ons af: Is het gedrag van de patiënt risicovol?
Wanneer iemand teveel hagelslag of zijn brood doet, of er niet verzorgd uitziet hoef je je daar niet teveel mee bezig houden. Het belangrijkste is focus op het behandelprogramma, want die andere dingen zijn geen delictfactoren.
Wat ik ook een goede ontwikkeling is: de delictanalyse. Samen met de patiënt neem je zijn leven nauwkeurig door, om te zien hoe hij of zij tot het delict is gekomen. Dat geeft richting aan de behandeling en helpt recidive terug te dringen.
Je kunt het, bij wijze van spreken, op een A4’tje uittekenen. Bij geweld is bijvoorbeeld verslaving een groot risico, omdat agressieve impulsen dan niet onder controle zijn. Bij een verkrachter moet je oppassen met alles wat met seksualiteit te maken heeft, en zo voort.
Een andere belangrijke ontwikkeling is het Risk Need Responsivity model.
Als Hoofd Behandelaren hebben we de opdracht van de rechter en het ministerie gekregen om het recidive gevaar terug te dringen. In de behandeling zoeken we steeds naar dingen die daarbij een rol spelen.
Wat is het moeilijkste in de behandeling van een tbs-patiënt?
De balans vinden tussen veiligheid en zorg. Te veel veiligheid staat behandelen in de weg. Patiënten willen ook op verlof, maar ik heb een hekel aan het woord gunnen. Elk besluit, zeker als het gaat om naar buiten gaan, moet maatschappelijk verantwoord zijn. We dragen een enorme verantwoordelijkheid – zelfs als we met patiënten naar de supermarkt gaan. Er kan ondertussen van alles gebeuren. Dan komt het begrip forensische scherpte om de hoek kijken.
Aan de andere kant: te veel orde en veiligheid kan een behandeling blokkeren. Een patiënt heeft perspectief nodig. Als hij te lang in separatie zit en niet weet wat hij moet doen om eruit te komen, staat de behandeling stil.
"Mijn rol bij incidenten was vooral: er zijn."
Wat heeft veel indruk op je gemaakt?
In 2013 overleden plotseling twee patiënten van mij. Ik was toen behandelcoördinator bij de Oostvaarderskliniek op leefafdeling Kievit. Dat was ontzettend triest.Mijn rol bij incidenten was vooral: er zijn.
Ik zei tegen mijn team: "Als er iets ernstigs is, kun je me altijd bellen." En dat heb ik ook gedaan: ik heb weleens een hele zaterdag in de kliniek doorgebracht. Gewoon om te praten, te luisteren. Om samen te zitten en het erover te hebben.
Wat vind je het meest belonend?
Wanneer je tbs-patiënten zo ver krijgt dat ze meedoen in de behandeling. Je krijgt ze nog wel in het bootje, maar de uitdaging is om ze in het bootje te houden. Dat ze stappen gaan maken. En dat ze zicht krijgen op hun valkuilen.
Ik vind het ook belangrijk om patiënten complimentjes te geven. In het begin van de behandeling lijkt de weg voor hen als een zwarte doos. Wij kunnen lampjes ophangen in die doos. Ik was ook bij de diploma-uitreiking van een patiënt en dat werd zeer gewaardeerd.
Advies voor een startende psycholoog in de tbs?
Kom beslagen ten ijs. Verdiep je in alle dossiers. Heb kennis van zaken. Dat geeft vertrouwen. Weet van de hoed en de rand. En geef jezelf de tijd. Denk niet dat je het binnen een half jaar onder de knie hebt. Maak gebruik van je collega’s.
"Ik zou naar het Malieveld gaan als er politieke krachten zijn die TBS willen afschaffen."
Als je één boodschap mag geven aan de samenleving over tbs-patiënten, wat zeg je dan?
Koester het tbs-systeem. Het is een voorbeeld van humaniteit. Er zijn politieke partijen die tbs onzin vinden, maar ik ben trots op dit systeem. In andere landen kijken ze met bewondering naar ons. Ik zou naar het Malieveld gaan als er politiekekrachten zijn die tbs willen afschaffen.
Want zonder tbs zijn we duurder uit. Kijk naar de chronische psychiatrie: vroeger hadden die mensen een dak boven hun hoofd en goede zorg. Nu zwerven ze over straat. Verschrikkelijk, en dat geeft veel overlast.
Soms kom ik in Utrecht oud-patiënten tegen. Dan ben ik blij dat ik ze zie. Meestal gaat het wel een beetje met ze. Ze hebben een baantje, soms een relatie. In ieder geval zijn ze delictvrij. En daar word ik altijd heel blij van.😀