Uitstroom: van behandeling naar de volgende stap

Johan Klumpenaar over uitstroom in 2025

In 2025 stroomden 39 patiënten uit de Oostvaarderskliniek. Dat is 30% meer dan in het jaar ervoor. Deze stijging is opvallend, omdat de landelijke trend juist laat zien dat de uitstroom uit tbs-klinieken stagneert. Inmiddels wachten ruim 275 tbs-gestelden in de gevangenis op opname in een kliniek.

We spraken met Johan Klumpenaar, die in 2025 hoofdbehandelaar was van Sterreschans: de leefafdeling waar onze patiënten de laatste stappen van hun behandeling zetten richting uitstroom.

Uitstroom in 2025: stap voor stap werken aan een veilige terugkeer

Een tbs-behandeling is gericht op een veilige en verantwoorde terugkeer in de maatschappij. Maar wanneer is een patiënt daar klaar voor? En welke stappen zijn nodig om dit zorgvuldig te laten verlopen?

Hoofd Behandeling Johan Klumpenaar blikt terug op de uitstroom in 2025. “2025 was voor ons een piekjaar: we hebben relatief veel mannen kunnen laten uitstromen. Het is lastig om één reden aan te wijzen. Soms is het gewoon een statistische piek, zonder specifiek beleid.”

Volgens Johan speelt de stabiliteit binnen een afdeling een belangrijke rol. “Op Sterreschans, de afdeling waar onze patiënten gewoonlijk als laatste verblijven, hadden we in 2025 geen nieuw beleid, maar wel een stabiel team dat goed op elkaar is ingespeeld. Dat helpt om patiënten beter te begeleiden.”

"Een patiënt moet stap voor stap meer verantwoordelijkheid aankunnen"

Als hoofdbehandelaar was Johan in 2025 nauw betrokken bij het voorbereiden van patiënten op uitstroom. “Mijn rol is om het behandeltraject zo goed mogelijk vorm te geven, zodat we de risico’s op terugval minimaliseren. Dat doen we door patiënten geleidelijk meer vrijheid en verantwoordelijkheid te geven.”

Dat proces vraagt tijd en vertrouwen. “Een man met een levensdelict heeft vaak eerst een jaar nodig om open te staan voor behandeling. Er is weerstand: ‘het ligt niet aan mij’. Maar met een goede mentor, bijvoorbeeld een sociotherapeut, en de inzet van iedereen lukt het vaak om contact te maken.”

Ook collega’s buiten het behandelteam kunnen daarin een belangrijke rol spelen. “Ook onze fietsenmaker (arbeidstherapie) die zegt: ‘Zet je eens in voor je behandeling!’, kan helpen om contact te maken. Na een jaar komt het inzicht: ‘Ik kan hier wel iets leren.’ Vervolgens gaat iemand openstaan voor medicatie en behandeling.”

Johan ziet dat patiënten in de jaren daarna grote stappen kunnen zetten. “In vier jaar tijd kan iemand het hele traject doorlopen, een vak leren (bijvoorbeeld fietsenmaker) en uiteindelijk een fulltimebaan vinden. Na zeven jaar kan de tbs-maatregel voorwaardelijk beëindigd worden via de rechtbank.”

Die momenten zijn bijzonder voor patiënten én medewerkers. “Een voorwaardelijke beëindiging is een groot feest – soms brengen patiënten zelfs een taartje mee. Ook kleinere stappen, zoals plaatsing op Sterreschans of het eerste verlof, zijn reden voor een ‘tussentijds feestje’. Het is een moment van trots als we de zittingszaal uitlopen: dit is waar we het voor doen.”

Beeld: © FPC de Oostvaarderskliniek

De houtwerkplaats is een onderdeel van de tbs-behandeling.

"Uitstroom vraagt om maatwerk en geduld"

Uitstroom is geen vast stappenplan, maar een zorgvuldig proces. Een patiënt moet laten zien dat hij verantwoordelijkheid kan nemen en stabiel functioneert.

“Als iemand op Sterreschans goed functioneert – zonder incidenten, met financiële zaken, agressie en emoties onder controle, en met een baan of vrijwilligerswerk – kan hij doorstromen naar een trainingswoning en uiteindelijk een zelfstandige woning.”

Het belangrijkste criterium is volgens Johan dat een patiënt zich gedraagt als een goed burger. “Geen delicten, maar ook geen gedrag dat daaraan grenst.”

Als hoofdbehandelaar kent Johan de patiënt en het behandelproces goed. “Ik ken de patiënt het beste en initieer dit proces. Daarna wordt het voorgelegd aan een interne en externe commissie.”

Bij het begeleiden naar uitstroom zijn er ook uitdagingen. Op Sterreschans ziet Johan dat sommige patiënten moeite hebben om de criminele wereld los te laten. “Het snelle geld en de verleidingen kunnen blijven trekken. Ook na een periode van abstinentie (drugs, drank, gokken) blijft dat trekken.”

Een terugval is ingrijpend. “Dan zijn we teleurgesteld: we waren er bijna. Je vraagt jezelf af: heb ik iets gemist? Ik geloof sterk in tweede kansen, maar als er vlak voor de finish iets misgaat, kost dat weer jaren.”

Daarom is het belangrijk dat problemen zichtbaar worden tijdens de behandeling. “Liever gebeurt het als iemand nog in behandeling is, als er nog zorg om hem heen staat en we kunnen ingrijpen.”

"Een woning is vaak de laatste stap"

Een belangrijke voorwaarde voor uitstroom is passende huisvesting. Daar ligt volgens Johan een grote uitdaging.

“Het gebrek aan woningen van de sociale woningbouw, met name omklapwoningen, is een groot probleem. Die woningen zijn schaars.”

Dat heeft gevolgen voor de doorstroom. “Ik heb nu jongens in een trainingswoning die eigenlijk door zouden moeten, maar door het tekort blijven ze langer zitten. Dat vertraagt de doorstroom: Sterreschans raakt vol en er staat een wachtlijst. Het systeem loopt vast.”

Veiligheid blijft altijd voorop staan

Het tbs-systeem is volgens Johan bewust zorgvuldig ingericht. “Het tbs-systeem is van nature traag en gericht op risicomijding – begrijpelijk, want niemand wil incidenten. Maar daardoor houden we patiënten soms te lang binnen.”

Zijn boodschap aan de samenleving is duidelijk: goede behandeling en een zorgvuldige uitstroom dragen bij aan veiligheid.

“Ik zou liever een ex-tbs’er als buurman hebben dan een ex-gevangene. Want we weten allemaal: het recidiverisico (kans op terugval in het delict) van iemand die uit de tbs komt, is aanzienlijk lager dan dat van iemand die uit de gevangenis komt.”

Uitstroom in cijfers (2025)

  • Proefverlof: 9 patiënten
  • Transmuraal verlof: 17 patiënten
  • Onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beëindiging: 13 patiënten

Toelichting over verlof